Vakantieverslag van Rolf Finders, Nicole Hoepelman, Joris Finders en Hanneke van Hest
15 juni - 24 juni 2010
Het leven is vurrukkulluk op Sicilie(.nl)
'Pap, mag ik het bos in?'
We zijn pas een paar minuten in de Villa Ponzini of Joris van 3 kan zijn lol al niet op. Het bos. Zijn bos. Bos? Ja, zo noemt hij de prachtige boomgaard rondom ons vakantieverblijf. En in dat bos staan allemaal fruitbomen met pruimen, bramen, olijven, perziken, vijgen en nog heel veel meer fruit, waarbij het water je al uit de mond loopt voordat je ook maar een hap hebt genomen.
Bij Joris loopt niet alleen het water uit de mond, maar spuit ook het sap van de bramen al meteen zijn T-shirt in een andere kleur. Paars. Nou, zeg maar gerust PaarsPlus, want de prachtige vlekken lijken alleen met een schaar te verwijderen. Ach, wat maakt het uit, we hebben vakantie en het PaarsPlus-T-shirt wordt voortaan alle dagen gebruikt als zijn Bos-blousje. Klinkt nog modieus ook.
We lachen, zoals we veel lachen. Want dit is echt La Dolce Vita. Een villa zo heerlijk dat Remco Campert zijn boek Het leven is vurrukkulluk waarschijnlijk hier op de prachtige veranda, lui liggend in de schommelbank moet hebben geschreven. Wij zitten ook in de schommelbank. Met een boek in de ene hand en een koud glas prosecco in de andere. Het WK voetbal is bezig, maar het gaat grotendeels aan ons voorbij. Voetbal is nu slechts een voetnoot in de kantlijn, maar staat nog net niet buitenspel.
Dat komt omdat Laura en Martijn (met subtiele oranje sokken!) tijdens Nederland-Japan een lunch in een agricultura hebben geregeld. Samen met nog een tiental sympathieke landgenoten ondergaan we als een hechte groep de kwelling van 90 afgrijselijke minuten, waarbij we ons steeds afvragen wanneer de wedstrijd nu eens echt begint. Het kijken naar groeiend gras is namelijk nog boeiender dan het spel van Oranje, dat bij lange na niet het niveau haalt van het buffet dat ons wordt voorgeschoteld. Fantastico! En weer loopt het water ons uit de mond. La Dolce Vita. Oranje wint met 1-0. Dat dan weer wel.
Winnen doen wij ook. Elke dag. Sicilië is een eiland uit duizenden, een schitterend pareltje met zoveel afwisseling dat je ogen tekort komt en moet oppassen dat je adem niet te lang stokt bij het zien van weer een prachtige opgraving, een idyllisch straatje of een kerk zo potsierlijk indrukwekkend als een schilderij van Michelangelo. Ja, Sicilië laat onze hartjes sneller kloppen. Zeker in Palermo, waar het verkeer zo'n chaos is dat ik me afvraag hoe ze hier een rijexamen afnemen. Midden in de stad, op tweebaanswegen, staan de auto’s vrolijk zes rijen dik. Scooters schieten er links en rechts tussendoor, en als je niet oppast plak je zo een Italiaan tegen de voorruit. Mijn conclusie: je haalt hier je rijbewijs als het je lukt om in deze krioelende, gemotoriseerde mierenhoop niemand te raken. Ik slaag.
'Papa, mag ik het bos in?'
En weg is Joris weer in zijn Bos-blouse, die inmiddels zoveel prachtige kleuren heeft dat ik geen idee meer heb hoe het origineel er ook alweer uitzag. Oma gaat mee. Zoals oma altijd mee het bos ingaat. Ja, oma is een echt bosmens, die meer verstand van fruit heeft ('Kijk, dit is een soort reine claude') dan ik van voetbal ('Oranje haalt niet eens de kwartfinale'). Mijn vriendin en ik liggen lui achterover, verdiept in een boek van Elisabeth George. In de verte horen we het ruisen van de zee. De hectiek van ons werk is heel ver weg, dit is een plek waar de tijd voor eeuwig mag blijven stilstaan (en op alle klokjes in de villa staat de tijd ook daadwerkelijk stil). Ja, hier is geluk heel gewoon, en daar verandert zelfs een verloren WK-finale helemaal niets aan.
op-Sicilie - Informatiepagina Villa Ponzini